Up

 

minimumlonen

 

 

 

 

TUINBOUWBEDRIJF (PSC 145.04) – INPLANTEN EN ONDERHOUDEN VAN PARKEN EN TUINEN

LOON- EN ARBEIDSVOORWAARDEN 2005-2006

 

Op 4/4/06 sloot het PSC 145.05 een nieuw nationaal akkoord af voor de periode 1/1/05 – 31/12/06. Hieronder vindt u een geactualiseerd overzicht van de loon- en arbeidsvoorwaarden van deze sector. De nieuwe afspraken worden gearceerd weergegeven. Bedragen en premies, hierin opgenomen, zijn basisbedragen, waarbij geen rekening wordt gehouden met eventuele indexaties.

 

 

 

LOONVOORWAARDEN

 

 

1. Barema’s

 

Loonsverhoging

(CAO 4/4/06, geldig vanaf 1/4/06 voor onbepaalde duur)

 

Verhoging van de minimum- en werkelijk betaalde lonen, en dit vóór indexering, op:

1/10/06: loonsverhoging ten bedrage van 0,5%

 

 

Indexatie

(CAO 4/4/06, geldig vanaf 1/4/06 voor onbepaalde duur)

 

Vanaf 1/7/06 worden de minimlonen en de werkelijke betaalde lonen jaarlijks op 1/1 aangepast in functie van de reële evolutie van het viermaandelijke gemiddelde van de gezondheidsindex van de laatste 12 maanden (decemeber jaar – 1 tegenover december jaar – 2).

Overgangsmaatregel: de indexatie op 1/1/07 omvat de inflatie tussen het viermaandelijks gemiddelde van de gezondheidsindex van de maand september 2005 en het viermaandelijks gemiddelde van de gezondheidsindex van de maand december 2005.

 

De laatste indexering volgens het oud regime (= per kwartaal) vond plaats op 1/4/06.

Cumulatie loonsverhoging en indexering: eerst de conventionele loonsverhoging en nadien de indexering.

 

 

Jongerenschalen

(CAO 4/4/06, geldig vanaf 1/4/06 voor onbepaalde duur)

 

De percentages voor de jongere arbeiders zijn:

 

 

Anciënniteitstoeslag

(CAO 4/4/06, geldig vanaf 1/4/06 voor onbepaalde duur)

 

Op de minimumlonen:

De toeslag wordt betaald vanaf de eerste dag van de maand volgend op het bereiken van de vereiste anciënniteit.

 

 

Functieclassificatie

(CAO 4/4/06, geldig vanaf 1/4/06 voor onbepaalde duur)

 

De lijst van de functies kan op eenvoudige aanvraag bij uw Sofim bekomen worden.

 

 

 

2. Premies en vergoedingen

 

Verplaatsingskosten en mobiliteitsvergoeding

(CAO 4/4/06, geldig vanaf 1/4/06 voor onbepaalde duur)

 

Wanneer een arbeider zich in opdracht van de werkgever van de zetel van de onderneming of de werkplaats naar een andere werkplaats moet begeven, worden de verplaatsingskosten volledig door de werkgever gedragen ongeacht het gebruikte vervoermiddel en de af te leggen afstand;

Bij verplaatsing van de woonplaats rechtstreeks naar de tewerkstellingsplaats heeft, in aanvulling op en tegelijkertijd met de vergoeding van en naar het werk de werknemer recht op een mobiliteitsvergoeding van 0,037 EUR per effectief afgelegde kilometer, voor zover de verplaatsing buiten arbeidstijd plaatsvindt.

 

 

Verblijfs- en scheidingsvergoeding

(CAO 4/4/06, geldig vanaf 1/4/06 voor onbepaalde duur)

 

Indien de werknemer belet is dagelijks huiswaarts te keren, moet de werkgever instaan voor de overnachting, de eetmalen en gratis vervoer naar de werkplaats.

De werkgever kan zich van deze verplichtingen kwijten door de toekenning van volgende verblijfsvergoedingen:

 

 

Vergoeding warme maaltijden

(CAO 4/4/06, geldig vanaf 1/4/06 voor onbepaalde duur)

 

Alle werknemers die recht hebben op de mobiliteitsvergoeding ontvangen ook dagelijks een forfaitaire premie ter compensatie van de onmogelijkheid van de werkgever om warme maaltijden te verstrekken van 2,50 EUR. Deze premie doet geen afbreuk aan bestaande vergoedingen welke worden uitbetaald in het kader van overnachtingen.

 

 

Vergoeding voor gereedschap

(CAO 18/4/06, geldig van 1/1/06 voor onbepaalde duur)

 

Het Sociaal Fonds betaalt de arbeiders per in de refertepe­riode (1/7 voorgaand jaar - 30/6 lopend jaar) gelegen arbeidsdag een vergoeding van 0,17 EUR/arbeidsdag met een maximum van 44,62 EUR/jaar, voor slijtage aan gereed­schap.

 

 

Arbeidskledij

(beslissing in het PC van 24/4/01, geldig vanaf 1/1/01 voor onbepaalde duur)

 

De werkgever is verplicht volgende werkkledij aan de werknemers ter beschikking te stellen en te onderhouden: hetzij een overall, hetzij een pak bestaande uit een broek en een jas of wind­jack, hetzij een kiel of stofjas. Bij niet-naleving bedraagt de aanbevolen vergoe­ding 2,48 EUR/week voor niet leveren en 2,48 EUR/week voor niet onderhou­den.

 

 

Nachtarbeid

(CAO 30/7/03, KB 17/9/05, BS 6/10/05, geldig van 1/7/03 voor onbepaalde tijd).

 

Een minimale toeslag van 25% van het geldend uurloon voor alle gepresteerde en aanwezigheidsuren tussen 20 u en 6 u.

 

 

 

3. Tussenkomst woon-werkverkeer

 

Verplaatsing met het openbaar treinvervoer

 

Tussenkomst door de werkgever van 100% van de gedragen kosten in de prijs van de treinkaart.

 

 

Verplaatsing met ander openbaar vervoer dan het treinvervoer

 

Tussenkomst door de werkgever van 100% van de gedragen kosten in de prijs van de treinkaart.

 

 

Verplaatsing met gecombineerd openbaar vervoer (trein + andere)

 

Tussenkomst door de werkgever van 100% van de gedragen kosten in de prijs van de treinkaart.

 

 

Verplaatsing met prive-vervoer andere dan met de fiets

 

Tussenkomst vanaf 5 km volgens de werkgeverstussenkomst in de prijs van de treinkaart. De afstand wordt berekend volgens het aantal km langs de baan berekend van de werkplaats tot de woonplaats.  De dagvergoeding wordt bekomen door de werkgeversbijdrage in het weekabonnement van de NMBS te delen door “5”.

 

 

Fietsvergoeding

 

Vergoeding van 0,15 EUR per afgelegde km voor verplaatsingen met de fiets. Deze vergoeding is verschuldigd voor de afstand heen en terug.

 

 

Carpooling

 

Wanneer werknemers via carpooling naar het werk komen, zal er een tussenkomst zijn van 100% van de gedragen kosten in de prijs van de treinkaart, indien aan volgende voorwaarden is voldaan:

 

 

 

4. Eindejaarspremie en andere jaarlijkse premies

 

In deze sector keert het Fonds voor Bestaanszekerheid onder bepaalde voorwaarden een getrouwheidspremie uit gelijk aan een bepaald percentage van het brutoloon verdiend tijdens het refertejaar (1 juli tot 30 juni) volgens het aantal jaren dienst.

 

 

 

 

ARBEIDSVOORWAARDEN

 

1. Arbeidsduur

 

Gemiddelde arbeidsduur

(CAO 8/5/01, KB 28/8/02, BS 18/10/02, geldig van 1/10/02 voor onbepaalde duur)

 

Voor alle ondernemingen: vermindering tot een gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 38 uren.

Deze gemiddelde wekelijkse arbeidsduur wordt op jaarbasis bereikt, in een effectieve 39-urenweek, door toekenning van 6 betaalde inhaalrustdagen. De lonen 40-urenweek worden geperekweerd met 2,56% vóór indexering.

 

Uitzondering:

ondernemingen met minder dan 10 werknemers die op 1/1/99 reeds bestonden en die vóór 1/10/99 de keuze hadden gemaakt voor de effectieve 39-urenweek, kunnen nu kiezen voor de effectieve 38-urenweek (dus zonder toekenning van inhaalrustdagen);

nieuw opgerichte bedrijven maken hun keuze bekend binnen het kwartaal volgend op dat van de indienstneming van de 1° vaste werknemer.

 

 

Inhaalrustdagen

(CAO 8/5/01, KB 28/8/02, BS 18/10/02, geldig van 1/10/02 voor onbepaalde duur)

 

 

 

Deeltijdse arbeid

(CAO 29/7/05, geldig vanaf 1/7/05 tot 1/7/07)

 

De minimum 1/3e norm geldt niet voor ondernemingen met minder dan 20 werklieden. De minimumnorm is 9 uur per week.

De verwittigingstermijn inzake variabele werkroosters wordt van 5 werkdagen op 48 uur gebracht voor bedrijven met minder dan 20 werknemers. (CAO 29/7/05, geldig vanaf 1/7/05 tot 1/7/07).

 

 

Nachtarbeid

(CAO 30/7/03, KB 17/9/05, BS 6/10/05, geldig vanaf 1/7/03 voor onbepaalde duur)

 

Nachtarbeid kan worden toegepast voor zover het gaat om werken en/of diensten die op geen enkel ander tijdstip kunnen worden uitgevoerd of die door de aanbestedende overheid aldus in het lastenboek zijn opgenomen.

Nachtarbeid kan op ondernemingsvlak pas worden ingevoerd voor zover er in dit verband een ondernemings-CAO wordt afgesloten, onder opschortende voorwaarde van bekrachtiging door het Paritair Comité van het tuinbouwbedrijf. In deze CAO dient ondermeer de vrijwilligheid geregeld te worden op basis waarvan de werknemers bij de nachtregeling kunnen worden ingezet (zie ook: I.2.6).

 

 

Flexibiliteit

Afwijking overeenkomstig artikel 23 van de arbeidswet

(KB 28/9/03, BS 20/10/03, geldig vanaf 1/7/03 voor onbepaalde duur)

 

Spreiding prestaties mogelijk over 1 jaar, vanaf 1 oktober tot 30 september, mits vermelding van alle mogelijke uurroosters in het arbeids­reglement.

De grenzen zijn 11 u/dag en 50 u/week en er geldt een interne grens van 65 meeruren die tegen het einde van de referteperiode moeten ingehaald zijn.

Er wordt steeds een loon voor de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur uitbetaald (de meer gepresteerde uren worden dus betaald bij het nemen van de inhaalrust).

 

 

Invoering van nieuwe arbeidsregelingen

(CAO 12/1/88, KB 21/10/88, BS 9/11/88, geldig voor onbepaalde duur)

 

Dit onderwerp werd ooit aanhangig gemaakt bij het PC, maar zonder sectorale CAO tot gevolg. Het is derhalve mogelijk om op ondernemingsvlak een CAO te sluiten aangaande nieuwe arbeidsregelingen.

 

 

Verbod van arbeid op zaterdag

(Wet van 6 april 1960, BS 7/5/1960, geldig voor onbepaalde duur)

 

De Wet van 6 april 1960 betreffende de uitvoering van bouwwerken verbiedt de werken, voor het aanleggen en onderhouden van parken en tuinen, op zaterdag.

 

 

 

2. Tewerkstelling & vorming

 

Tewerkstellingspremie

(CAO 30/9/05, geldig vanaf 1/7/05 voor onbepaalde duur)

 

Het Sociaal Fonds kent aan de werkgever een premie toe bij de aanwerving in 2006 van iemand uit de risicogroepen (= laaggeschoolde werklozen, langdurig werklozen, gehandicapten, deeltijds leerplichtigen, herintreders, bestaansminimumtrekkers, laaggeschoolde werknemers, personen die het begeleidingsplan gevolgd hebben en allochtonen).

Deze aanvragen dienen bij het Sociaal Fonds binnen te zijn vóór 31 januari 2007.

Per onderneming wordt slechts aan één persoon die behoort tot de “risicogroepen" een financiële tussenkomst toegekend.

De premie bedraagt maximum 247,89 EUR/maand met een maximum van 2.974,72 EUR/jaar.

Meer informatie kan u bij Sofim bekomen.

 

 

Vorming

(CAO 30/7/03, KB 17/9/05, BS 6/10/05, geldig van 1/1/03 voor onbepaalde duur)

 

Er worden financiële middelen vrijgemaakt teneinde het mogelijk te maken om aan de werknemers tijdens de werkuren socio-economische, professionele vorming en vorming inzake de veiligheid en de gezondheid te geven. Deze vorming wordt gefinancierd door een werkgeversbijdrage van 0,50%.

De loonkost (= het loon x 1,8) die de werkgever tijdens deze vorming gedragen heeft, wordt door het Sociaal Fonds terugbetaald.

 

 

Risicogroepen

(CAO 30/9/05, geldig vanaf 1/7/05 voor onbepaalde duur)

 

De bijdrage voor risicogroepen bedraagt 0,30% van de loonmassa, geïnd door de RSZ.

 

 

 

3. Bestaanszekerheid

 

Werkgeversbijdrage Sociaal Fonds

(CAO 4/4/06, geldig vanaf 1/7/06 voor onbepaalde duur)

 

De werkgeversbijdrage aan het Sociaal Fonds wordt vanaf 1/7/06 vastgelegd op 11,30%, met inbegrip van de 0,30% voor de risicogroepen (zie II.2.3).

 

 

Aanvullende werkloosheidsuitkering bij slecht weer

(CAO 18/4/06, geldig van 1/1/06 voor onbepaalde duur)

 

Het Sociaal Fonds betaalt bij werkloosheid omwille van slecht weer gedurende max. 40 dagen/kalenderjaar een aanvullende werkloosheidsuitkering van 6,20 EUR/dag aan werklieden met minstens 6 maanden anciënniteit.

Deze aanvullende werkloosheidsuitkering wordt alléén toegekend voor de door RVA vergoede dagen werkloosheid omwille van slecht weer.

 

 

Vergoeding bij langdurige ziekte

(CAO 18/4/06, geldig vanaf 1/1/06 voor onbepaalde duur)

 

Het Sociaal Fonds betaalt na 4 maanden ononderbroken ziekte, een vergoeding ten belope van 4,96 EUR/dag vanaf de 1° dag van de 5° maand ziekte voor een maximale periode van:

13 weken (6 dagen per week) wanneer de werknemer 5 tot 10 jaren dienst heeft in de sector ;

26 weken (6 dagen per week) wanneer de werknemer 10 of meer jaren dienst heeft in de sector.

Werknemers met minder dan 5 jaar dienst in de sector, kunnen van deze tussenkomst niet genieten.

 

 

 

4. Schorsingen

 

Klein verlet

Geen eigen sectorale regeling. De algemene wettelijke regeling is van toepassing.

 

 

Tijdskrediet en aanmoedigingspremies

(CAO 29/7/05, geldig vanaf 1/7/05 tot 30/6/07)

 

Het gebruik maken van de mogelijkheid van tijdskrediet /loopbaanonderbreking, geeft het recht op een toekenning van de Vlaamse aanmoedigingspremies. Het recht op tijdskrediet wordt verruimd tot 5 jaar berekend over de gehele loopbaan.

 

 

Ondernemingen met 50 werknemers en meer

De organisatieregels van art. 15 van CAO 77 blijven behouden.

De voorkeurregeling en de planning daaromtrent zullen behandeld worden in overleg in de ondernemingsraad en/of in het comité voor Preventie en Bescherming.

 

 

Ondernemingen met minder dan 50 werknemers

De regel van de 5% wordt behouden.

Het voorstel is er de regel met de nodige soepelheid en creativiteit toe te passen. Bij moeilijkheden wordt verzoeningscomité van het PC voor de tuinbouw ingeschakeld.

 

 

Carensdag

(CAO 30/4/99, KB 21/9/01, BS 28/11/01, geldig vanaf 1/4/99 voor onbepaalde duur)

 

Werknemers met 15 jaar anciënniteit hebben recht op 1 betaalde carensdag per kalenderjaar.

 

 

 

5. Einde overeenkomst

 

Sectorale opzeggingstermijnen

(KB 10/6/01, BS 20/6/01, geldig vanaf 20/6/01, voor onbepaalde duur)

 

Anciënniteit

Werkgever

Werknemer

 

Gewoon

Brugpensioen

 

³ 6 maanden < 5 jaar

35 dagen

28 dagen

14 dagen

³ 5 jaar < 10 jaar

42 dagen

28 dagen

14 dagen

³ 10 jaar <15 jaar

56 dagen

28 dagen

14 dagen

³ 15 jaar < 20 jaar

84 dagen

28 dagen

14 dagen

³ 20 jaar

112 dagen

56 dagen

28 dagen

 

Deze opzegtermijnen gelden niet voor de seizoenarbeiders en het gelegenheidspersoneel. Voor hen gelden de gewone opzeggingstermijnen.

 

 

Brugpensioen

(CAO 29/7/05, reg.nr. 76.713/CO/145.04, geldig van 1/1/06 tot 1/1/09)

 

Voorwaarden:

Brugpensioen is mogelijk voor ontslagen werknemers vanaf 58 jaar mits een loopbaan als loontrekkende van minstens 25 jaar.

 

 

Tussenkomst Sociaal Fonds

(CAO 18/4/06, geldig vanaf 1/1/06 voor onbepaalde duur)

 

De aanvullende vergoeding en de hoofdelijke bijdragen vallen in principe ten laste van de werkgever. Mits de betrokken arbeider minstens de 2 jaren voorafgaand aan zijn brugpensioen onafgebroken in dienst was in de sector, betaalt het Sociaal Fonds evenwel gedeeltelijk terug ten belope van: max. 86,76 EUR/maand (bij opzeg vóór 1/1/1995), alle wettelijke door de werkgever betaalde sommen (aanvullende vergoeding + hoofdelijk bijdragen).

De tussenkomst van het FBZ wordt berekend op een gemiddelde van de lonen over de laatste 12 maanden (en dus niet op basis van het loon van de refertemaand).

 

 

 

6. Collectieve arbeidsverhoudingen

 

Statuut syndicale afvaardiging

(CAO 8/5/01, geldig van 1/1/01 voor onbepaalde duur)

 

Een syndicale afvaardiging wordt opgericht in instellingen met minstens 50 werknemers wanneer minstens 1/3 van het personeel georganiseerd is.

De effectieve afgevaardigden is vastgesteld als volgt, naar rato van het aantal werknemers van de onderneming:

 

Aantal werknemers

Aantal afgevaardigden

50 tot 75 werknemers

max. 3 afgevaardigden

76 werknemers of meer

max. 4 afgevaardigden

 

Indien een werkgever het voornemen heeft een SA af te danken, dient hij voorafgaandelijk een in de sector vastgelegde procedure te volgen.

 

 

 

7. Syndicale vorming en kredieturen

 

Syndicale vorming

(CAO 29/7/05, geldig vanaf 1/7/05 voor onbepaalde duur)

 

De vertegenwoordigers van syndicale organisaties in het Comité Preventie en Bescherming of in de syndicale afvaardiging hebben recht op afwezigheid voor het volgen van cursussen ten belope van 5 x het aantal effectieve zetels. Het aantal dagen afwezigheid per werknemer mag evenwel op jaarbasis de 2 weken niet overschrijden. Elke afwe­zigheid mag niet minder dan één dag bedragen.

 

 

Syndicale premie

(CAO 18/4/06, geldig van 1/1/06 voor onbepaalde tijd)

 

Werklieden die lid zijn van één van de representatieve interprofessionele werknemersorganisaties, vertegenwoordigd in het PC 145, ontvangen in de loop van de maand december ten laste van het Sociaal Fonds volgende syndicale premie (modaliteiten cf. de eindejaarspremie, deel I.4): 0,4990/EUR per gewerkte dag, met een maximum van 123,95 EUR.

Als arbeidsdag tellen effectieve en gelijkgestelde dagen volgens de vakantiewetgeving en de dagen wettelijke vakantie zelf.

 

 

 

8. Varia

 

Aanwezigheidsregister - individueel aanwezigheidsboekje

Afgeschaft sinds 1/1/06.

 

Adres Sociaal Fonds

 

Sociaal Fonds voor de Inplanting en het Onderhoud van Parken en Tuinen,

Zuidstationstraat 30 te 9000 Gent.

Tel 09/223.73.75

fax 09/225.73.36.

www.sfiopt-fsiepj.be

 

 

 

 

Sofim vzw geeft u deze informatie op vrijwillige basis. Daarbij streven we er steeds naar om dit op een zeer zorgvuldige manier te doen. Gelet op deze middelenverbintenis, kan op basis van deze informatie nooit de aansprakelijkheid van Sofim vzw ingeroepen worden.

 

 

 

 

 

SOFIM SINT-NIKLAAS

Knaptandstraat 204,

9100 Sint-Niklaas

Tel: 03/760.14.50

Fax: 03/760.14.51

Email: sintniklaas@sofimov.be

SOFIM GENT

Lange Kruisstraat 7,

9000 Gent

Tel: 09/235.49.11

Fax: 09/225.94.13

Email: gent@sofimov.be 

SOFIM EEKLO

Stationsstraat 17,

9900 Eeklo

Tel: 09/376.76.97

Fax: 09/378.57.82

Email: eeklo@sofimov.be 

 


 

 

 

 

 

 

 

Your questions and comments on this website are welcome at info@bfg-fbep.org
BFG-FBEP   Last modified : 2006-11-29